naar top

interview-pijnders

Uit een grote zak met daarop toepasselijk een afbeelding van twee paarden, één groot en één kleiner, haalt vader Jan twee donkerblauwe mapjes met foto’s, knipsels en andere herinneringen.
De trots is net zo voelbaar in de fonkelende ogen van de luisterende zoon Dieter, als in de stem van vader Jan, als die van wal steekt: ‘In 1975 deed ik al eens mee in de Ommegang. Niet als pijnder, maar als ridder te paard’. Jan diept onmiddellijk een folder op waarop hij te zien is als ridder.


Vader Alberik droeg in 1958 voor de eerste maal het Ros Beiaard. In de Ligere van de pijnders staat vermeld dat Alberik ook nog drager van het Ros was in 1975, in 1990 en in 2000, maar Jan vult aan. Ook in 1988 en in 1996, telkens bij een verhuis van het Ros, heeft Alberik het paard gedragen. Die laatste keer was ook Jan van de partij.
Die verhuizingen zijn heel speciaal, vertelt Jan enthousiast. Prachtige momenten, omdat op die rondes de Dendermondse bevolking hun Ros nog eens kan zien, hoewel weliswaar zonder de Vier Heemskinderen erop.
In 2000 droegen ze het paard samen. Dat was een onvergetelijk moment, verklaart Jan. Nog mooier als de vier zoons de Heemskinderen hadden kunnen worden. De eer viel in 2000 echter de familie Coppieters te beurt.
Die Ommegang werd een helse editie, met weersomstandigheden waardoor de Heemskinderen niet doorlopend op het Ros zaten.


Ook het neerzetten van het Ros op de traditionele schragen kon toen niet gebeuren, uit angst dat het door de wind zou kantelen en vallen. Voor de start van de Ommegang werd nog stevig geoefend om het paard rechtstreeks op de grond te zetten en weer op te tillen. Alles werd kletsnat door de regen, van het eigen pijnderspak tot het kleed van het Ros Beiaard. Dit leverde heel wat extra gewicht op, maar met (groot)vader Alberik als kopman, hebben Jan en zijn zoon Dieter tóch trots het paard gedragen.


De Ommegang van 1990 was evenwel een droomeditie. Naar beider mening de mooiste. Als anekdote vertelt Jan hoe de pijnders ongepland met het Ros een omweg maakten om met de gebroeders Veldeman, de toenmalige Heemskinderen, langs hun woonst te kunnen passeren en daar familie en vrienden te begroeten. Dat kon toen simpelweg.
Welk effect heeft pijnder-zijn op het dagelijks leven? Dieter zegt dat het toch vooral het gevoel van fierheid is. Hoewel ze in tegenstelling tot groepen die jaarlijks een actieve rol hebben in Katuit minder bekendheid genieten. Vooral vanaf een jaar vóór de Ros Beiaardommegang tot het jaar net erna, valt het op hoe mensen hen herkennen en erop aanspreken. Het gevoel van het in stand houden van de traditie is belangrijker dan de erkenning als individuele pijnder.
Vader Jan verklaart dat de familie Pieters al sinds de jaren 1600 leden had bij de Dendermondse pijndersgilde.

Het Ros Beiaard dragen is zwaar. Pijnders met een bureaujob onderhouden hun fysiek veelal met krachttraining. Jan zit in de bouw en Dieter werkt als vrachtwagenmekanieker, dus voor hen is mankracht nooit een zaak geweest. Ze kijken enorm uit naar hun deelname aan de Ros Beiaardommegang. Jan zal als kopman deelnemen. Dieter hoopt stil om ditmaal de kans te krijgen het paard ook eens op de Grote Markt te mogen dragen.

Hoewel die niets liever zou wensen, zal (groot)vader Alberik er niet meer bijzijn als drager. Vooral het binnenzetten van het Ros Beiaard was in 2010 een erg emotionele gebeurtenis, waarbij de oudere pijnders – sommigen zeventig jaar of ouder – nog een laatste keer de kans kregen om hun Ros binnen te dragen.

Voor de familie Pieters hoort het pijnder-zijn simpelweg bij hun identiteit. Op de Ommegang zal ook de jongere Mattias Pieters zijn broer vergezellen als drager.

Meer info?

Rosbeiaard