De Dendermondse versie

Het was de letterkundige en vroegere stadsarchivaris Prudens Van Duyse die in de eerste helft van de 19e eeuw de basis legde voor de Dendermondse variant van het Ros Beiaardverhaal. In zijn versie werd Aymon een Heer van Dendermonde (i.p.v. ‘Dordona’) en het Ros Beiaard werd verdronken aan de samenvloeiing van Dender en Schelde (en niet in de Maas). In 1930 borduurden Joseph Van Wesemael en Robert Van den Abbeele verder op dit verhaal. Hun versie, getiteld ‘De wonderbare avonturen van de Vier Aymonszonen en hun vermaarde Ros Beiaard’, wordt sindsdien door de Dendermondenaren gekoesterd als waarheid. Het verhaal gaat als volgt.

Aymon, de Heer van Dendermonde, leeft al jaren in ruzie met Karel de Grote. Met de bedoeling uiteindelijk de verzoening tot stand te brengen tussen leenheer en leenman, stemt Karel toe in het huwelijk van zijn nicht Aya (Adelheid) met Heer Aymon. Aya schenkt het leven aan vier zonen: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reynout. Zij worden door hun vader tot ridder geslagen en krijgen, zoals de traditie het wil, elk een paard als geschenk. Reynout is echter zo sterk dat hij zijn rijdier met één vuistslag velt. Nog twee andere paarden worden hem aangeboden, maar geen enkel is tegen de kracht van Reynout opgewassen. Een ridder moet toch een paard hebben!

Heer Aymon weet echter raad. Hij brengt Reynout naar een burcht waarin het door iedereen gevreesde Ros Beiaard opgesloten zit. Nog nooit heeft het zijn meester gevonden. Na een heroïsche kamp slaagt Reynout er in het wonderbare paard aan zijn wil te onderwerpen. Voortaan gehoorzaamt het Ros op het eerste teken van ridder Reynout.

Neef Lodewijk, Karel de Grote’s jaloerse zoon, maakt aanspraak op het Ros Beiaard. Hij daagt Adelaert uit tot een schaakspel met het hoofd van de verliezer als inzet. Lodewijk verliest en Reynout onthoofdt zijn neef met één slag van zijn zwaard. Gezeten op de brede rug van het Ros beginnen de Vier Heemskinderen aan een wilde vlucht voor hun op wraak beluste oom Karel.

Via Spanje komen ze terecht in Frankrijk. Vanuit hun sterke burcht, het slot Montauban, verdedigen de vier broers zich tegen de legerbenden van Karel. De heldhaftige ridders weten te ontsnappen uit de wurggreep van Karel. Samen met tovenaar Malegijs en met de burgers uit Montauban vluchten ze naar Dinant. Daar springt het Ros Beiaard met de Vier Heemskinderen op de rug over de Maas, naar een rots aan de overkant. Een stuk rots scheurt door de kracht van de sprong onder hen af en blijft loodrecht in de Maas staan: Le Rocher Bayard.

De ridders zien de ongelijke strijd in, waarop het Ros Beiaard de broers terug naar het ouderlijk verblijf in Dendermonde voert. Daar treffen ze hun rouwende moeder aan. Heer Aymon is immers in Karels macht en Aya beseft dat haar zonen hetzelfde lot wacht. Aya onderwerpt zich aan haar neef en smeekt om vrede. Heer Aymon wordt vrijgelaten en Karel doet een voorstel. Het is hartverscheurend: vrede in ruil voor het Ros Beiaard.

Bekommerd om het lot van zijn familie en na smeekbeden van zijn moeder willigt Reynout de eis van Karel de Grote in. Het Ros wordt naar de Dendermonding gebracht. Zware molenstenen worden om de nek van het paard gehangen en het Ros Beiaard stort in het water.

Tot tweemaal toe verbrijzelt het Ros de stenen en zwemt het naar de oever, waar zijn meester staat. Met gebroken hart en lede ogen moet Reynout toezien.

Een derde maal, ondanks de zwaardere molenstenen, komt het Ros weer boven. Het drama wordt Reynout echter te machtig en wanneer deze het hoofd afwendt, wil het edele paard niet langer meer leven.

En Beiaard verdrinkt…

Maar het Ros blijft verder leven in de Ros Beiaardommegang van Dendermonde. Om de tien jaar maakt het Ros Beiaard met de Vier Heemskinderen op de rug zijn triomftocht door de stad.

Meer info?

Rosbeiaard